Communicatie bij weerstand in zorgelijke situaties

Aanleiding en context

Bij signalen moet je met de jongere/ouder/partner/oudere en eventueel hun betrokkene(n) in gesprek en onderzoek je wat er aan de hand is. In ieder geval in stap 1, 3 en 5 van de meldcode, maar vaak ook tussendoor, probeer je in kaart te brengen wat er aan de hand is en of de zorgen terecht zijn. Het bespreken van zorgen rondom geweld of verwaarlozing is vaak lastig. Dit vraagt zelfinzicht en vaardigheden van jou en het vraagt moed en bereidheid van de ander Hoe ga je in gesprek met slachtoffer en/of pleger? Hoe zeg je dat je jouw zorgen bij Veilig Thuis wilt neerleggen?

In deze training kijken we naar terughoudendheid/weerstand van jongeren/ouders/ouderen/betrokkene(n) om in gesprek te gaan over zorgelijke situaties, waarbij sprake kan zijn van huiselijk geweld. Je oefent verschillende gespreksvaardigheden waarin ze verschillende vormen van weerstand tegenkomen van de jongere/ouder/oudere/betrokkene, o.a. motiverende gespreksvoering. Hoe maak je contact en nodig je uit tot een gesprek? Je bent je je bewust hoe eigen normen, waarden, dilemma’s invloed uitoefen in het gesprek.
Je oefent de aankondiging van een melding bij Veilig Thuis
Uiteindelijk heb je inzicht in de werkzame en niet werkzame elementen om de gestelde doelen te bereiken. Voor dit thema zijn er twee opties.

Uiteindelijk heb je inzicht in de werkzame en niet werkzame elementen om de gestelde doelen te bereiken. Voor dit thema zijn er twee opties.

Optie 1.

programma A – gespreksvoering met een acteur

In programma A wordt de training verzorgd door de trainer en een acteur. De acteur is communicatiedeskundige. De trainingsacteur levert gedrag en geeft feedback in de rol of uit de rol (spreekt van effecten van communicatie en gedrag). De trainer is verantwoordelijk voor de inhoud, de theorie en het proces.

Programma

  • Inzicht en moed: normen, waarden en dilemma’s
  • Contact en aansluiten (oefening de stoel)
  • Vaardigheden, werken aan vertrouwen en bereidheid o.a. Motiveren: beïnvloeden van de ander tot motivatie en beweging. Speciale aandachtspunten gespreksvoering over de zorgen bij ouder, jongere partner en oudere (apart uitgewerkt per training)
  • Casuïstiek en leervragen ophalen bij de deelnemers
  • Oefenen in gespreksvaardigheden aan de hand van de eigen casuïstiek
  • Verzamelen van de tips en tops
  • Korte evaluatie over het geleerde

Werkvorm

De deelnemers oefenen hun eigen casuïstiek, waarbij de acteur de ouder/jongere/partner/oudere is. De acteur kan vanuit de rol feedback geven. Trainer, acteur en mede deelnemers geven tops en tips.

Optie 2.

programma B – Gespreksvoering in een carrousel

Bij optie 2 werkt de trainer samen met de deelnemers. De trainer is verantwoordelijk voor de inhoud, de theorie en het proces. Het is een levendige werkvorm, er wordt samengewerkt in kleine groepjes. De meeste deelnemers delen hun zorgen en gaan in gesprek. Ze geven elkaar feedback , tops en tips. Tijdens de nabespreking komen de leermomenten goed op de kaart. Ze worden genoemd door de deelnemers zelf door eigen ervaring en observatie.

Programma

  • Inzicht en moed: normen, waarden en dilemma’s
  • Motiveren
  • Vaardigheden, werken aan vertrouwen en bereidheid
    Speciale aandachtspunten gespreksvoering over de zorgen bij ouders, jongeren, partners en ouderen
  • Uitleg van de carrousel
  • Inleefoefening
  • Oefenen in gespreksvaardigheden in een carrousel
  • Uitwisseling van tips en tops
  • Uitwerking/dooroefenen van een gesprek op basis van een tip
  • Korte evaluatie over het geleerde

Werkvorm

Oefenen van gespreksvaardigheden, in een carrousel met vier oefengroepjes. Aan de hand van een casus. Drie van de 12 deelnemers zijn een ouder/jongere/oudere/betrokkene, waarmee de beroepskrachten (de andere deelnemers) in gesprek gaan. De andere deelnemers zijn in 3 groepjes verdeeld. De anderen staan in een hoek van de ruimte en de groepjes gaan bij hun langs

De deelnemers gaan aan de hand van hun zorgen in gesprek. Elke ouder/jongere/partner/oudere laat een andere vorm van weerstand zien, want zij hebben allen de opdracht een (verschillende) vorm van weerstand in hun gesprek te laten zien. Eén van de deelnemers voert het gesprek, de anderen observeren. Daarna volgt de uitwisseling van de tops en tips. De “ouder/jongere/partner/oudere” vertellen hoe ze de gesprekken hebben ervaren en ook vertellen ze samen met de observanten plenair wat werkzaam/niet werkzaam was in de gesprekken. Als laatste wordt één van de gesprekken verder uitgediept en verder uitgespeeld.

Praktisch

Aantal deelnemers: 12-15

Duur van de training: 3 uur

Accreditatie: SKJ, Registerplein, V&VN

Locatie: In company training

Belangstelling?
Contactformulier of direct aanmelden

andere foto van jou erbij
andere foto van jou erbij